
Wat is een paddenstoel? Paddenstoelen of zwammen behoren tot het schimmelrijk. Het zijn de vruchtlichamen van een, meestal voor het blote oog onzichtbare zwamvlok (mycelium) die zich in de grond of het substraat (bijv. hout, afgevallen blad, mest, dode insecten, veren, enz.) bevindt. Paddenstoelen zijn dus geen planten of dieren, maar vormen een heel eigen groep (rijk) in het systeem van de levende organismen. Paddenstoelen leiden een groot deel van hun leven een verborgen bestaan. Als de omstandigheden gunstig zijn, komen paddenstoelen tevoorschijn, die de sporen verspreiden en zo voor de voortplanting en verspreiding zorgen. Natuurlijk denkt iedereen hierbij aan de herfst, als de blaadjes gaan vallen en het voldoende heeft geregend. Er zijn echter ook paddenstoelen die in andere jaargetijden tevoorschijn komen, bijvoorbeeld in het voorjaar. Tot het schimmelrijk behoren ook de schimmels die geen vruchtlichamen maken. Deze kennen we bijvoorbeeld als de schimmel op brood, kaas en andere voedingsproducten. Maar ook veel ziekteverwekkers bij plant en dier, de gist van het brood en bier, en schimmels die hout afbreken horen tot deze groep. In tegenstelling tot groene planten, zijn paddestoelen en schimmels niet in staat om zelf uit zonlicht en koolzuur koolhydraten te maken. Ze moeten die dus uit hun voedsel halen. Je kunt drie groepen paddenstoelen onderscheiden op grond van hun leefwijze: AFBREKERS. De meeste paddestoelen breken dood plantaardig of dierlijk materiaal af. Deze leefwijze noemen we ook wel saprotroof. SAMENWERKERS (Symbionten). Deze paddenstoelen leven samen met een plant, of soms ook een dier, waarbij ze beiden voordeel hebben. Een belangrijke groep hierbij zijn de mycorrhiza paddenstoelen die met bomen samenleven.
|
PARASIETEN. Deze paddenstoelen leven ten koste van een levende gastheer, die daar over het algemeen schade van ondervindt en er soms van doodgaat.
Meer informatie vind je op de pagina's over de leefwijzen van paddenstoelen.
Het Wieltje (Marasmius rotula) is een algemeen paddenstoeltje dat grof strooisel, vooral kleine takjes, afbreekt (foto Henk Huijser).
|