Truffels zijn paddenstoelen die geheel of gedeeltelijk ondergronds leven. Ze hebben een symbiose (mycorrhiza) met levende bomen. De vruchtlichamen zijn onregelmatig bol- of eivormig, en variëren in grootte van enkele millimeters tot enkele decimeters.
Het kenmerkende van een truffels is het vruchtlichaam (een zg. cleistothecium) gesloten is en dat de asci niet direct aan de lucht zijn blootgesteld. De sporen worden bij rijping niet direct weggeschoten. Ze komen pas vrij als de wand van het vruchtlichaa+m op de één of andere wijze is verdwenen.
De meeste mensen associëren de truffel met fijnproevers en exclusieve restaurants. Dat klopt ook wel, want sommige truffels zijn sterk aromatisch en zeer gezocht voor de keuken. Een kilo Perigord truffels kan al gauw een paar duizend euro opbrengen op de markt!
Als je een truffel doorsnijdt, zie je dat die onregelmatige holtes of kamertjes heeft. De binnenwand van die kamertjes is bekleed met het kiemvlies, dat de asci bevat die de sporen produceren. Als de sporen rijp zijn, verspreiden de meeste truffels een sterke geur. Zoogdieren en insecten komen daar op af en eten de truffels op. En zo worden dan ook de sporen verspreid.