ROESTEN EN BRANDEN (TELIOMYCOTA)

Roesten en brandschimmels zijn obligate parasieten van levende planten. Obligaat betekent hier dat deze schimmels afhankelijk zijn van de gastheer en niet zonder hen kunnen. Ze vormen geen vruchtlichamen in de vorm van paddenstoelen, maar hun sporevormende organen zijn vaak wel duidelijk zichtbaar op de plant. Vaak vormt de gastheer als reactie op de infectie karakteristieke vergroeiingen en/of gallen. Hieronder informatie over roesten. Meer informatie over brandschimmels vind je op deze pagina

Puccinia malvacearum op stokroos
In veel tuinen zie je al vroeg in het seizoen dat de bladeren van de stokroos bruin gespikkeld worden door een aantasting van roest.

Deze zeer algemene schimmel tast vooral de onderste bladeren aan, die al vroeg in de zomer afsterven. Op de bloei en groei van de stokroos heeft een infectie doorgaans weinig invloed.

De sporen worden in kleine orgaantjes aan de onderzijde van het blad gevormd (de gele hoopjes). Op de bovenkant van het blad zie je dan bruine vlekjes

roest_stokroos1

roset_stokroos_details

De perenroest, Gymnosporangium fuscum DC.

Deze roest heeft een waardplantwisseling tussen Peer en Jeneverbes. De zomersporen ontwikkelen zich op de bladeren van de peer, die bij zware aantastingen daar zeer onder te lijden kan hebben. De roest gaat over op jeneverbes (Juniperus) waar in de loop van voorjaar grote, trilzwamachtige telia worden gevormd (zie foto). De schimmel is moeilijk te bestrijden. Aangetaste takken moeten tot op tien cm vanaf de vruchtlichamen worden gesnoeid. Het snoeisel kan het beste worden verbrand en niet op de composthoop gegooid, want dan kunnen de sporen zich alsnog verspreiden.

De fruitteelt is terecht nogal beducht voor deze schimmel.
Zie ook de link over perenroest

perenroest op jenevebes