![]() |
||||||
Familie van de Hertezwammen (Pluteaceae)De hertezwamfamilie heeft de volgende kenmerken: De sporefiguur is roze, net als bij de satijnzwamfamilie, maar de sporen zijn glad, rondachtig tot ovaal en hebben dus niet het voor de satijnzwamfamilie zo kenmerkende interne skelet. Hoed en de steel laten gemakkelijk los van elkaar Velum is afwezig (hertezwammen, Pluteus) of aanwezig in de vorm van een beurs (beurszwammen, Volvariella) Het zijn meestal saprotroof levende paddenstoelen: Hertezwammen groeien vaak op dood hout, en worden daarom vaak gevonden in groepen op dode stammen van loof- en naaldbomen. Ook groeien ze wel op de grond, op begraven houtsnippers of zomaar, op de kale aarde. Beurszwammen groeien op dood hout, maar ook wel in humus, op dood gras, stro, soms zelfs op oude mest. Eén soort leeft parasitair op nevelzwammen. Hertezwammen (Pluteus)In Nederland komen ongeveer 25 soorten hertezwammen voor. In deel 2 van de Nederlandse plaatjeszwammen flora (Flora agaricina neerlandica) geven Else Vellinga en Jan Schreurs een uitvoerig overzicht van deze hertezwammen met determineersleutels en beschrijvingen. Helaas is dit deel niet meer leverbaar. De indeling van de hertezwammen berust vooral op kenmerken die je met de microscoop zichtbaar kunt maken. Er zijn drie groepen (secties) gebasserd o.a. op de structuur van het oppervlak van de hoed (pileipellis). |
||||||
Sectie PluteusHoed meestal min of meer glad, en een vezelige structuur. Op de plaatjes tref je vaak cystiden (steriele cellen) aan met een dikke wand en een top die wordt gekroond met een aantal haken. Rechts zie je een foto van de meest algemene soort: de Gewone hertezwam, Pluteus cervinus, met een microfoto van zo'n cystide. Er komen in Nederland 5 soorten voor uit deze groep: de Gewone hertezwam, de Grauwgroene hertezwam, de Zwartsnede hertezwam, de Sneeuwwite hertezwam, en de Zaagselhertezwam. Ze groeien op dood hout, ook op zaagsel. |
![]() |
|||||
![]() |
Sectie CellulodermaHier is het hoedoppervlak niet glad of fijn vezelig, maar fijn rimpelig, geaderd of schubbig. Als je de hoedhuid onder de microscoop bekijkt, dan zie je een laagje min of meer rechtopstaande celletjes, die rond tot ellipsoid of langwerpig kunnen zijn. In sommige gevallen is die laag heterogeen, en vind je naast rondachtige, ook langgerekte elementen. Deze soorten zijn ondergebracht in een apart groepje, de Mixtini genaamd. In Nederland komen van deze groep ongeveer 25 soorten voor. |
|||||
De Fluweelhertezwam, Pluteus podospileus, heeft zo'n "gemengde" hoedhuid, Je kunt dit , op de foto goed zien. Het is een mooie paddenstoel met een rimpelige, warm bruine hoed. Komt voor in voedselrijke bossen op vochtige bodem, waar hij op takken en stronken van loofbomen groeit. |
![]() |
|||||
Beurszwammen (Volvariella)Zoals de naam al zegt, hebben deze paddenstoelen een beurs om de voet van de steel, als restant van het unversele velum dat de jonge vruchtlichamen geheel omgeeft. De ongeveer 8 soorten die in Nederland gevonden zijn, groeien op dood hout of in strooisel op de grond. Eén soort parasiteert op andere paddenstoelen. Een bekende tropische beurszwam is de zg. rijststro champignon, Volvariella volvacea, die in grote hoeveelheden in zuidoost Azië wordt gekweekt. In Nederland kun je ze in blik kopen. Ze zijn een vast onderdeel van (vegetarische) schotels in Chinese restaurants. |
||||||
![]() |
De Zijdeachtige beurszwam (links) groeit op oude, vaak nog levende stammen van loofbomen De Gewone beurszwam (rechts) is een opvallende verschijning met een hoed die tot 14 cm doorsnee kan worden. Hij groeit graag op voedselrijke plaatsen in wegranden en bossen. |
![]() |
||||
![]() |
In het late najaar verschijnen in parken en bossen grote groepen Nevelzwammen (Lepista nebularis), vaak in grote heksenkringen. Deze paddenstoelen worden nogal eens geparasiteerd door de parasitaire beurszwam, Volvariella surrecta. Het is een fraai gezicht om die mooie, witte beurszwammetjes te zien groeien op de meestal duidelijk vervormde nevelzwammen. |
|||||