![]() |
||
Oesterzwammen behoren tot een betrekkelijk kleine familie van paddenstoelen Kenmerk van de familie is het feit dat de steel niet netjes in het midden van de hoed is aangehecht, maar zijdelings aan de hoed is bevestigd. Soms is de steel zelfs zo sterk gereduceerd, dat de hoed schijnbaar met de zijkant aan het substraat (meestal hout) is aangehecht. Oesterzwammen leven op levend en dood hout, en worden soms wel als zwakteparasieten beschouwd, omdat ze de gastheer in de laatste levensfase vergezellen. Bij ons komen 5 soorten oesterzwammen in het wild voor. Het meest bekend is de gewone oesterzwam, Pleurotus ostreatus, die in het wild veel voorkomt op allerlei soorten loofbomen, vooral Berk, Iep, Wilg en Beuk. Je vindt hem vaak in de winter, de soort houdt kennelijk wel van een beetje kou. Oesterzwammen worden ook op grote schaal gekweekt en worden volop in de supermarkten aangeboden. |
||
![]() ![]() |
De twee bovenste foto's tonen onze inheemse gewone Oesterzwam, die in de winter vaak in grote toeven op loofbomen te vinden is. Linksonder een foto van een gekweekte gele variant van waarschijnlijk de tropische soort Pleurotus sajor-caju. |
|
| Een nieuwe verschijning op de markt is de Kruisdisteloesterzwam, Pleurotus eryngii. Deze in het wild zeldzaam voorkomende oesterzwam groeit parasitair op de Kruisdistel in de duinen van holland en zeeland. Hij wordt nu ook vrij veel gekweekt onder de naam duinvoetje en vormt een waardevolle aanvulling op de commerciële paddenstoelenmarkt. |
![]() |
|