De bouw van een plaatjeszwam

links

In dit voorbeeld van een Groene knolamaniet (Amanita phalloides) zijn de volgende onderdelen zichtbaar:

(tussen haakjes de "wetenschappelijke" benaming)

1: hoed (pileus)

2. plaatje (lamel)

3. ring (annulus)

4. beurs (volva)

5. steel (stipus)

Bij de plaatjeszwammen worden de sporen gevormd op plaatjes (zelden buisjes) onder de hoed. de sporen worden door de basidien afgeschoten in tussen de plaatjes en komen dan onder invloed van de zwaartekracht onder de hoed terecht, waardoor ze door de wind kunnen worden verspreid.

Links zie je de onderkant van een Satijnzwam (Entoloma) met de plaatjes. Deze zijn roze, omdat de sporen in massa roze zijn. Je kunt dat goed zien, als je een sporefiguur maakt (rechterfiguur).

In de microscopische afbeeldingen hierboven zie je een doorsnede door een plaatje van een kaalkopje (Psilocybe) bij verschillende vergrotingen. Van buiten naar binnen kun je onderscheiden het hymenium (kiemvlies) met de basidien en rijpe sporen, daaronder een dun laagje van hele kleine celletjes, het subhymenium (sh). De binnenste laag, het “vlees” van het plaatje, wordt ook trama genoemd. Als je wilt zien hoe een basidium zijn sporen vormt en afschiet, klik dan op de volgende link: