Ascomyceten met een apothecium


schematische voorstelling van een aantal typen ascomyceten met een apothecium: a: schijfzwam; b, c: bekerzwam; d: gesteelde bekerzwam met knolletje (sclerotium); e: kluifjeszwam; f. morieltje; g. aardtong; h: spatelzwam. De oranje kleur geeft aan waar het hymenium zich bevindt, en waar dus de sporen worden gevormd.
De anatomie van een bekerzwam
anatomie apothecium

Links zie je een doorsnede door een bekerzwam (Lachnea).

Dit paddenstoeltje, dat ongeveer 1 cm in doorsnee is, is dwars doorgesneden. Het bestaat uit een steriele bodem, het peridium, en het kiemvlies (hymenium) waarin de asci netjes naast elkaar zijn gerangschikt.

Het peridium bestaat uit twee lagen: het exoperidium (exo - buitenste) en endoperidium (endo - binnenste).

De twee onderste figuren geven details van het hymenium (H). Je ziet duidelijk de langgerekte asci met daarin elk 8 sporen. Rijpe sporen hebben een verdikt wandje. Tussen de asci staan steriel haren, de zg. parafysen. De asci en parafysen zijn bevestigd in het subhymenium (SH), dat zichtbaar is als een laagje kleine celletjes tussen het hymenium en het peridium.