Als je wat meer naar paddenstoelen kijkt, zult je al hebben gemerkt dat bepaalde soorten altijd voorkomen bij of onder dezelfde boomsoort(en).

Dat is geen toeval: de paddenstoel en de boomsoort hebben een hechte relatie, die we mycorrhiza noemen. De wortels van de boom zijn omgeven door een mantel van schimmeldraden (hyfen) van de paddenstoel. Deze draden helpen de boom om water en mineralen uit de bodem op te nemen. De paddenstoel krijgt daarvoor in ruil voedingsstoffen van de boom, vooral suikers en koolhydraten, die de boom met zijn bladgroen heeft geproduceerd.

oermycorrhiza

Mycorrhiza (letterlijk zwamwortel) is al heel oud: er zijn fossielen bekend uit het devoon (ongeveer 400 miljoen jaar geleden) waarop deze structuren al konden worden aangetoond. Het is heel waarschijnlijk dat in de oertijd toen de eerste landplanten ontstonden, deze met hulp van hun zwamwortels het nog kale en onvruchtbare land konden koloniseren.

Mijn Noorse collega Klaus Höyland heeft dit treffend vastgelegd op het hiernaast afgebeelde schilderij. Je ziet daar een voorloper van de mossen en varens met wortelachtige structuren die over de zwarte lava groeiend. Deze wortelachtige structuur is omgeven door wit schimmelweefsel van een "oerpaddenstoel"

 

Mycorrhiza werd ongeveer een eeuw geleden ontdekt door onderzoekers die vaststelden dat wortels, die geheel omgeven waren door schimmelweefsel, toch perfect gezond bleken te zijn. Ze ontwikkelden toen de term mycorrhiza: schimmelwortel. We weten inmiddels dat, vooral op arme bodems planten met mycorrhiza veel beter groeien dan planten zonder zulke symbiose. Dit wordt verklaart door het feit dat schimmelhyfen veel effectiever naar schaarse elementen, zoals fosfor, kunnen zoeken dan wortels dat alleen kunnen.