De opeenvolging van groepen
paddenstoelen heeft te maken met de verschillende soorten voedsel die
ze verteren. De Zygomyceten en penseelschimmels verteren vooral de suikers
die in de verse mest aanwezig zijn, de schijf- en bekerzwammen leven
van de cellulose in de mest, en de plaatjeszwammen zijn juist weer liefhebbers
van de houtstoffen (lignines) in de mest. Een en ander is ook erg afhankelijk
van het soort mest, of het een muizenkeutel is of een olifantendrol,
dat maakt ook nogal wat uit. Opmerkelijk is ook de rijkdom van de schimmelflora
van mest. Er zijn echter verschillen: op keutels van muizen komen veel
meer soorten zwammen voor dan bijvoorbeeld op paardenmest.
Waar vindt je mestzwammen?
Het is opvallend dat er grote verschillen zijn in het aantal soorten mestpaddestoelen
op mest van huisdieren, zoals koeien en paarden, afhankelijk van het menu
dat ze eten. Op de slappe vlaaien van koeien in een vet bemeste wei zul
je veel minder soorten vinden dan op de veel steviger mest van koeien die
in natuurgebieden grazen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat die
koeien een veel gevarieerder menu hebben: niet alleen het standaardgras
van de weilanden, maar allerlei grassen en kruiden in een gevarieerde vegetatie
van een natuurgebied. Er is de afgelopen jaren nogal wat onderzoek gedaan
naar de paddenstoelenflora van natuurgebieden waar begrazing onderdeel
vormt van het beheer. Daaruit bleek dat er veel meer soorten mestpaddestoelen
voorkomen. In een aantal gevallen betrof dat zelfs nieuwe soorten (bijv.
het Slijmrandkaalkopje), of soorten waarvan men dacht dat ze in Nederland
waren verdwenen (bijv. de Speldenprikzwam
Het slijmrandkaalkopje (Psilocybe
linformans) werd een aantal jaren geleden ontdenkt op Goeree, en is
inmiddels al van verschillende platsen langs de kust bekend, vooral
in begraasde duingraslanden (zie foto hieronder) |