De hele ontwikkeling van een spore tot de paddenstoel heb ik daarin weergegeven.
We beginnen bij de paddenstoel: in dit geval de Vliegenzwam, Amanita muscaria.
Aan de onderkant van de hoed zitten plaatjes, waarop sporen worden gevormd (hoe de sporen worden gevormd op het basidium, kun je zien op de pagina over de bouw van de paddenstoel).
Als de spore op een geschikte plek terecht komt, gaat hij kiemen tot een netwerkje van schimmeldraden (hyfen). Dit stadium wordt primaire zwamvlok (mycelium) genoemd.
Maar... dan is er nog geen "echte" zwamvlok. Om die te kunnen vormen moet de jonge primaire zwamvlok in contact komen met een andere primaire zwamvlok met tegengestelde erfelijke eigenschappen.
In de tekening zie je dat weergegeven met rode, respectievelijk blauwe kernen.
Als die versmelten, vormt zich een secundaire zwamvlok met schimmeldraden waarin zowel rode, als blauwe kernen voorkomen. De erfelijke eigenschappen van beide "ouders" hebben zich dan verenigd.
Doorgaans is deze zwamvlok voor het blote oog onzichtbaar en leeft in het verborgene van de bodem of de (dode) plant of boom die als gastheer fungeert.
Pas als de omstandigheden gunstig zijn, meestal in de late zomer en herfst, vormt de zwamvlok paddenstoelen. Deze produceren sporen op hun basidiën, die worden afgeschoten in de lucht en de kringloop is rond.