Stuifzwammen en bovisten

Stuifzwammen en bovisten behoren tot de buikzwammen, net als de nestzwammen, aardsterren. Het is een heterogene groep, die als gemeenschappelijk kenmerk het feit bezitten dat de sporen worden gevormd binnenin het vruchtlichaam, dus niet in rechtstreeks kontakt met de lucht. Pas als de sporen rijp zijn opent het vruchtlichaam zich en kunnen de sporen door de wind worden verspreid.

De Parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum) is een algemeen voorkomende soort Als je hem doorsnijdt is duidelijk een steelgedeelte (P) te onderscheiden en een, door de rijpe sporen donker gekleurd gedeelte, dat ook wel gleba wordt genoemd. Deze gleba (G) bestaat uit een massa microscopisch dunne draden (capillitium) waartussen de rijpe sporen zich bevinden.  

De Ruitjesbovist (Calvatia excipuliforme) (boven) en de Plooivoetstuifzwam (Calvatia excipuliforme) (daaronder) behoren weer tot een andere groep van buikzwammen. Hun bouw komt echter vrij goed overeen met die van de echte stuifzwammen: een vrij stevige buitenlaag beschermd de gleba waarin de sporen worden gevormd. Je kunt in de winter en het voorjaar regelmatig oude vruchtlichamen vinden van deze soorten waarvan de bovenste helft ontbreekt en die geheel leeggestoven zijn, zodat een soort schaaltje overgebleven is.


Bij de foto hieronder:

De Aardappelbovist (Scleroderma citrinum) is waarschijnlijk één van de meest algemene paddenstoelen van Nederland. De groenig-gele vruchtlichamen komen vaak al in de zomer tevoorschijn. Het bestaat uit een harde buitenlaag (peridium) waarbinnen de gleba zich bevindt. Dat is op het doorgesneden exemplaar goed te zien. Bij rijpheid scheurt het vruchtlichaam aan de bovenkant onregelmatig open en komen de sporen vrij. De Aardapelbovist is een soort die in symbiose (mycorrhiza) leeft met een groot aantal verschillende boomsoorten 

 

aardapplebovist