Kernzwammen behoren tot de ascomyceten, Ze vormen hun sporen in flesvormige orgaantjes, die perithecia (enkelvoud perithecium) worden genoemd. Deze orgaantjes hebben een opening aan de top, waardoor de rijpe sporen worden afgeschoten. Doorgaans zijn de perithecia ingebed in een vruchtlichaam, dat allerlei vormen kan hebben, zoals knots, gewei- of korstvormig. Het steriele weefsel waar de perithecia zich bevinden, wordt ook wel stroma genoemd. Hier worden drie voorbeelden gegeven: het geweizwammetje, de rupsendoder, en het meniezwammetje. |
|||
![]() |
Het Geweizwammetje, Xylaria hypoxylon, is een heel algemeen paddenstoeltje op dood hout. De perithecia zitten voornamelijk op het lagere gedeelte van de vruchtlichamen, en zijn zichtbaar als kleine bolletjes met een soort van snaveltje waar de opening zich bevindt. Op het bovenste, wittige gedeelte, worden aseksuele sporen, de zg. conidia (enk. conidium) gevormd. |
||
![]() |
|||
Xylaria hypoxylon, het Geweizwammetje. a: details van vruchtlichaam. De trossen perithecien in de onderste delen van de takken van het gewei zijn duidelijk zichtbaar. b: doorsnede van een ak van het gewei, waarop de perithecia in doorsnede zichtbaar zijn. c: details van de pertithecia. d. detail van de orgaantjes waarop de conidia worden gevormd. (terug naar boven) |
|||
![]() |
De Rupsendoder, Cordyceps militaris, is een prachtig voorbeeld van een parasitaire zwam. Hij leeft op de poppen van vlinders. De paddenstoel zelf is zichtbaar als een feloranje knotsje dat ogenschijnlijk op de grond groeit. Als je echter voorzichtig gaat graven, zul je zien dat de zwam in werkelijkheid tevoorschijn komt uit een in de grond begraven pop. De pop dient als voedsel voor de rupsendoder, en zal nooit uitgroeien tot een vlinder. Als je goed kijkt, kun je op het oppervlak van de rupsendoder kleine wratjes of bobbeltjes zien. Dat zijn de perithecia waarin de sporen worden gevormd. (terug naar boven) |
||
Het Gewoon meniezwammetje, Nectria cinnabarina,is een algemene soort op dood hout. Je vindt ze als karakteristieke roze-oranje bolletjes op takken van allerlei boomsoorten. Als je goed naar zo’n kolonie meniezwammetjes kijkt, zul je ontdekken dat er twee vormen van dat bolletje kunnen voorkomen, vaak zelfs op één en dezelfde tak. De clusters van flesvormige perithecia produceren ascosporen. Daarnaast kun je ook aantreffen kussenvormige structuurtjes, de zgn. acervuli (enk. acervulus) van conidiëndragers die de aseksuele sporen (conidiën) afsnoeren. Dit noem je het anamorfe stadium Tubercularia vulgaris. |
|||
![]() |
|||
![]() |
|||
Meniezwammetje, Nectria cinnabarina. 1. cluster perithecia, 2. details van een ascous met rijpe ascosporen. 3. ascosporen (let op: tweecellig!). 4. acervulus met conidia. 5. conidiëndrager met conidia. (terug naar boven) |
|||