Brandschimmels (Ustlilaginales) zijn schimmels met een gereduceerde levenscyclus, die een groot deel van hun leven onopgemerkt binnen de waardplant leven: we noemen zulke schimmels endofyten.
Hieronder zie je de levenscyclus van de tarwebrand: een schimmelziekte, die in tarwe en andere granen en grassen schade kan aanrichten.

Brand bij tarwe veroorzaakt door Ustilago tritici
De tarwebrand is een heel algemene brandschimmel, die overal over de wereld voorkomt, niet alleen in tarwe, maar ook in andere granen. De schimmel overwintert in de graankorrel, als schimmeldraden (mycelium) in het embryo. Bij de kieming van het zaad groeit de schimmel naar het groeipunt van de stengel, tot in de zich ontwikkelende zaadknop. Daar produceert de schimmel zwarte brandsporen (5, 6). In plaats van een graankorrel zie je dan een zwarte massa sporen, die, als ze rijp zijn, vrij komen en zich in de lucht verspreiden. Als de brandsporen terechtkomen op een niet geïnfecteerde plant, kiemt deze tot een gesepteerd basidium (7). Dit basidium produceert sporen in de vorm van gistachtige cellen, die zich kunnen delen en een kleine kolonie kunnen vormen (1, 2). Als zo’n gistachtige cel een partner van een andere genetische herkomst treft, treedt versmelting op tot een cel met twee verschillende kernen (3). Deze cel gaat dan uitgroeien tot een mycelium (4), dat via de helmknoppen of het ovarium de gezonde plant binnen kan dringen. Op die manier verspreidt de schimmel zich door een graanveld. Omdat de bloei van het graan maar kort is, duurt deze periode van herinfectie maar kort: één tot twee weken.
Builenbrand bij mais

Builenbrand wordt veroorzaakt door Ustilago maydis, een schimmel waarvan de brandsporen lange tijd in de bodem kunnen overblijven.
De jonge maïsplanten worden in de voorzomer geïnfecteerd. De waardplant reageert hierop door gallen te vormen, vooral in de jonge kolven. Deze gallen zijn witachtig en kunnen tot 15 cm in doorsnee worden. Als je zo'n gal doorsnijdt, blijkt het te bestaan uit een vrij stevig wit schimmelweefsel. In dit stadium is de gal eetbaar, en vormt in Midden-Amerika een geliefde delicatesse, die op grote schaal wordt verhandeld, zowel vers als ingemaakt of in blik. In de nazomer vormen zich in en op de gallen zwarte massa's van de brandsporen.
In Nederland komt deze aantasting veel voor in de teelt van maïs als voedergewas,
vooral in warme droge zomers.
