Basidiomyceten: kenmerken |
de bouw van een septum bij de basidiomyceten |
|
![]() |
Bij de holo- and phragmobasidiomyceten is de dwarswand van de hyfe geperforeerd door middel van een zg. dolipore. Op dwarsdoorsnede is de hyfewand rond de pore haltervormig verdikt. De pore wordt als het ware afgedekt door een membraan, de zogenaamde parentosoom |
de ontwikkeling van een gesp |
|
|
|
In een normale dikaryotische hyfe (n+n) ontwikkelt zich een uitstulping aan de zijkant, die uitgroeit tot een buisje
dat terugbuigt naar de moederhyfe. Tegelijkertijd delen zich beide ouderkernen (hier zwart en wit). Eén zwarte kern
migreert door het zojuist gevormde buisje, de beide witte dochterkernen worden door een dwarswandje in de hyfe van elkaar gescheiden.
Het buisje, onderdeel van de gesp, wordt ook door een dwarswand van de ouderhyfe gescheiden waardoor een zwarte kern
in een aparte cel komt te liggen. Het buisje is intussen tegen het onderste hyfedeel aangegroeid, op die plek lost de wand op en
de zwarte kern kan zich voegen bij de witte kern. Op deze wijze is een nieuw hyfelement gevormd waarin twee
duplicaten van de beide ouderkernen. Het lidtteken dat overblijft noemen we een gesp. |
de ontwikkeling van een basidium van een Psilocybe met dikwandige, tweekernige sporen |
|
|
|
Het jonge basidium is dikaryotisch (n+n). Je ziet
achtereenvolgens de twee ouderkernen (n) versmelten tot een diploide kern(2n).Deze ondergaat vervolgens een
reductiedeling waarbij twee haploide kernen ontstaan (n). Deze delen nog éenmaal, waardoor er zich vier kernen in het
basidium bevinden. Tegelijkertijd ontstaan de sterigmen (steeltjes) aan de top van het basidium. De haploide kernen migreren
naar de top van het basidium, en gaan via de sterigmen naar de jong gevormde sporen. In deze sporen delen ze vervolgens weer
tot twee kernen, de sporewand verdikt, en de sporen zijn klaar om te worden afgeschoten. terug naar hoofdpagina |