ZAKJESZWAMMEN - ASCOMYCETEN | |
De Ascomyceten of zakjeszwammen vormen de grootste groep in het schimmelrijk. Ze vertonen een enorme verscheidenheid: sommige vormen echte vruchtlichamen (paddenstoelen), anderen leiden een vrijwel onzichtbaar leven, verscholen in de bodem of in levende planden en dieren. Schattingen over het aantal soorten lopen sterk uiteen, maar wereldwijd moeten we toch wel op enkelen honderdduizenden soorten rekenen. Waarom heten ze zakjeszwammen? |
||
Indeling van de ascomyceten |
||
Het apothecium:
een min of meer schijf- of schotelvormig orgaan, waarbij het kiemvlies
(hymenium) geheel aan de lucht is blootgesteld. |
![]() ![]() |
|
Het perithecium: een min of meer flesvormig orgaan met een smalle opening waardoor de sporen naar buiten kunnen worden geschoten. Het hymenium bekleedt de binnenkant vande holte, en is dus vrijwel niet aan de buitenlucht blootgesteld. Een hierop sterk lijkende type vruchtlichaam is het pseudothecium: hierbij bekleed het hymenium holtes in het schimmelweefsel (hier dan stroma genoemd). De sporen kunnen door een opening worden weggeschoten Deze vruchtlichaam types komen o.a. voor bij de kernzwammen. Meer over deze groep ------> |
![]() |
|
Het cleistothecium: een bolvormig, gesloten orgaan. Het hymenium bekleedt de binnenkant van de holte. Als de sporen rijp zijn, vergaat de omringende steriele want, zodat de sporen kunnen worden verspreid. Dit type vruchtlichaam is o a. kenmerkend voor de truffelachtigen en meeldauwschimmels. |
![]() |
|