ZAKJESZWAMMEN - ASCOMYCETEN


 

De Ascomyceten of zakjeszwammen vormen de grootste groep in het schimmelrijk. Ze vertonen een enorme verscheidenheid: sommige vormen echte vruchtlichamen (paddenstoelen), anderen leiden een vrijwel onzichtbaar leven, verscholen in de bodem of in levende planden en dieren. Schattingen over het aantal soorten lopen sterk uiteen, maar wereldwijd moeten we toch wel op enkelen honderdduizenden soorten rekenen.

Waarom heten ze zakjeszwammen?
Bij de ascomyceten worden de sporen niet boven op een orgaantje gevormd, zoals bij de steeltjeszwammen (basidiomyceten) maar in microscopisch kleine zakjes, die pas open gaan als de sporen rijp zijn. Deze zakjes, die ook asci (enkelvoud ascus) heten. Bij veel ascomyceten zitten er 8 sporen in een ascus. De sporen worden vaak met kracht uit de ascus geschoten. Als je daar meer over wilt weten kijk dan op de pagina over sporenverspreiding

   

Indeling van de ascomyceten
De ascomyceten worden voornamelijk ingedeeld naar de manier waarop de sporen worden gevormd en de bouw van de vruchtlichamen. Als we ons beperken tot de paddenstoelen onder de ascomyceten, d.w.z. tot die groepen waarbij voor het blote oog herkenbare vruchtlichaam worden gevormd, dan kun je vier hoofdgroepen onderscheiden in de bouw van het vruchtlichaam:

Het apothecium: een min of meer schijf- of schotelvormig orgaan, waarbij het kiemvlies (hymenium) geheel aan de lucht is blootgesteld.
Hiertoe behoren o.a. de beker- en schijf zwammen, de morieljes en kluifjeszwammen, de aardtongen, spatelzwammen en mijtertjes. Meer over deze groep ------>

Het perithecium: een min of meer flesvormig orgaan met een smalle opening waardoor de sporen naar buiten kunnen worden geschoten. Het hymenium bekleedt de binnenkant vande holte, en is dus vrijwel niet aan de buitenlucht blootgesteld. Een hierop sterk lijkende type vruchtlichaam is het pseudothecium: hierbij bekleed het hymenium holtes in het schimmelweefsel (hier dan stroma genoemd). De sporen kunnen door een opening worden weggeschoten

Deze vruchtlichaam types komen o.a. voor bij de kernzwammen. Meer over deze groep ------>

Het cleistothecium: een bolvormig, gesloten orgaan. Het hymenium bekleedt de binnenkant van de holte. Als de sporen rijp zijn, vergaat de omringende steriele want, zodat de sporen kunnen worden verspreid.

Dit type vruchtlichaam is o a. kenmerkend voor de truffelachtigen en meeldauwschimmels.

Meer over deze groep ------>