![]() |
|||
Voor een overzicht van de families klik hierPlaatjeszwammen (orde Agaricales) zijn paddenstoelen zoals de meeste mensen zich een paddenstoel voorstellen: met een hoed en steel, en aan de onderkant van de hoed de plaatjes (ook wel lamellen genoemd) waarop de sporen worden gevormd. De plaatjes zijn zodanig aan de hoed gehecht, dat de sporen er tussendoor naar beneden kunnen vallen. Eenmaal onder de hoed aangekomen, worden ze door de wind meegenomen en verspreid. Over de bouw van een plaatjeszwam vind je meer informatie hier. Er is een enorm aantal soorten plaatjeszwammen, in een bijna oneindige variatie aan vorm en kleur. Om ze te kunnen herkennen en determineren, moet je een beetje thuis raken in de manier waarop de plaatjeszwammen worden ingedeeld in families, en binnen de families weer in geslachten. Van groot belang voor die indeling zijn twee kenmerken: |
![]() |
||
![]() |
In de figuur links zie je een paar voorbeelden van spore figuren van verschillende kleur. ( Hoe je die zelf maakt, kun je lezen als je hier klikt). Er is een heel scala van kleuren, variërend van wit, roze, crème of geelachtig tot bleek bruin, donkerbruin, roestbruin, paarsbruin en zwart. |
||
De ontwikkeling van het vruchtlichaam kan op een aantal manieren gebeuren. Als voorbeeld zie je de ontwikkeling van een vliegenzwam. In jonge stadia is de paddenstoel geheel omgeven door een vlies, dat de knop voor uitdrogen behoed. Dit vlies heet een velum, en omdat dit het hele vruchtlichaam omgeeft, heet het universeel velum (rood in de figuur). Daarnaast zie je bij de vliegenzwam ook nog een tweede vlies, dat de jonge plaatjes bedekt. Op de tekening is dit partieel velum blauw aangegeven. Als de paddenstoel groeit, breekt het universeel velum open om ruimte te geven aan de uitspreidende hoed en zich strekkende steel. |
![]() |
||
Het universeel velum blijft zichtbaar als de plakjes op de hoed en de beurs (volva) rond de voet van de steel. Vaak zijn ook nog resten van dit velum zichtbaar aan de rand van de hoed. Tegelijkertijd met het uitspreiden van de hoed scheurt het partieel velum los van de hoedrand en blijft als een ring aan de top van de steel, en vaak ook als rafeltjes aan de hoedrand zichtbaar. Echter er zijn veel variaties op dit thema. Sommige geslachten hebben maar één van de twee velum structuren. Bijvoorbeeld bij de beurszwammen is alleen een universeel velum aanwezig, dat als een beurs (volva) overblijft, maar op de hoed nauwelijks sporen achterlaat. Bij Gordijnzwammen is het universeel velum doorgaans niet of nauwelijks ontwikkeld, maar is het partieel velum zichtbaar als een spinnenwebachtig “gordijn" dat de jonge plaatjes bedekt en als vezelige restjes aan de hoedrand en op de steel overblijft. En tenslotte zijn er nogal wat plaatjeszwammen waarbij het velum in het geheel niet ontwikkeld is: zij worden als het ware naakt geboren. |
|||